

gerelateerde pagina's:
Hoe het begon | De oorlogsjaren | De jaren '50 | Zo bereikten we 1958 | 't Zilveren Haasje |
DE OORLOGSJAREN
Allengs naderden echter de donkere jaren en de dreiging, die reeds lang boven onze hoofden hing, kwam tot werkelijkheid. In 1940 brak de tweede Wereldoorlog uit. Hiervan ondervonden wij reeds direct de weerslag, want in dit jaar ontvingen wij slechts enkele gasten. En ook werd direct het tent-kamperen verboden, dus, wat nu te doen?
Voor Moeke van Nunen was de kampeertijd haar grootste genoegen geworden en zij kon er dan ook niet meer buiten. Dit was ook niet nodig, want de boerderij was er nog en in de zomermaanden waren de beesten buiten, dus de deel en de hooizolder waren toch leeg.
Dit was weer eens iets anders! De mensen sliepen op stro. Er was een aparte zolder voor jongens en meisjes. Beneden in de schuur kregen we wat banken en tafels en de gasten waren dik tevreden. Reeds in 1941 werd het reeds drukker.
Kijk maar eens naar de foto’s van de groep van de Zeemeeuwen en van een groep van de J.V.O. die een heel tonnetje haring gaat verorberen. Dat kunnen die vier alléén ook niet!
Ach, wie van degenen, die in die jaren hier geweest is, is die tijd vergeten; niemand , veronderstel ik. Wat was het toen, ondanks alle ellende, toch gezellig; men zocht elkander op, maakte muziek, zette bonte avonden in elkaar, waar men nu slechts aan kan tippen, enz. enz. Wie kent niet meer onze vriend Brandes en de zingende zusjes uit Rotterdam-Z., met hun zang bij de gitaar.
En... weet U nog: De Roggepaptremmers met Ties en lange Daan, o, wat konden die twee een pap eten en pannekoeken bakken! Er was toen niet anders; men ging de boer op, kocht wat roggemeel en dan maar bakken, jongens, en koken op het oude potkacheltje! Kijk maar eens naar de actie-foto van Brandes en zijn kornuiten bij een bonte avond, of naar het kippetrapje naar de slaapzolder. En wie weet niet meer het onderduikershokje met de extra achter-uitgang. Het waren er soms 7, 8 tegelijk. En zie nog even de grote drie uit die tijd. Waar zij toen zaten, staan nu metershoge bomen.
De tijd draaide echter door, en ook deze oorlogsjaren kwamen we door.
In 1945 kwamen reeds de eerste tentbewoners, al waren er dat ook maar weinig. Het merendeel bivakkeerde nog binnenshuis en in de provisorisch ingerichte twee huisjes, maar ja, veel materiaal was er echter toen nog niet en men was al gauw tevreden. In dit jaar werden reeds plannen gemaakt voor een betere accommodatie van ons terrein en in het voorjaar van 1946 begonnen mijn broer Henk en ik aan het aanbrengen van de aanplant; ongeveer 6500 st. jonge boompjes werden gepoot. En nu, in 1959, kunt U zien, wat daarvan geworden is: een mooi terrein, omgeven door hoge bomen en heerlijk beschut voor de harde winden. Bekijkt U maar eens het verschil in de twee bovenstaande foto's.
De wasgelegenheid, die wij in 1946 konden openen, (let wel, voor die tijd was dat wel een zeer bijzondere accommodatie voor een kampeerterrein!) ziet U hiernaast.
Wilt U deze wasplaats nu nog terugvinden, dan zult U wel bijzonder moeten opletten, want U ziet deze bijna niet meer, doordat hij verborgen is achter de dichte aanplant.
Met mijn broer Henk samen is hard gewerkt en reeds in 1947 ontvingen wij bijna meer tentbewoners dan kampschuurgasten. In 1947 werd ook het vee opgeruimd en gingen wij ons toeleggen op het kampeerbedrijf. Oude schuren en hokken werden afgebroken en zo kreeg een en ander toen een behoorlijk aanzien. Hoe rijk voelden wij ons niet in 1948 met onze grote cantine-tent (zie foto). Eraan vast stond een hokje om te koken en men had veel plezier en beleefde er bij de petroleumlamp menig gezellig avondje.
Steeds meer gasten trok ons terrein: ziet U maar eens naar bijgaande kiekjes.
Zo zag men de jongelui komen in '49 en '50, velen op de fiets en ook al wel met een groep gezellige vrienden onder elkaar met de auto, en zie eens, hoe rustig de ouderen het ervan nemen bij hun tentje, waarin men toen al soms vijf a zes weken vertoefde.
Hoe het begon | De oorlogsjaren | De jaren '50 | Zo bereikten we 1958 | 't Zilveren Haasje |
DE OORLOGSJAREN
Allengs naderden echter de donkere jaren en de dreiging, die reeds lang boven onze hoofden hing, kwam tot werkelijkheid. In 1940 brak de tweede Wereldoorlog uit. Hiervan ondervonden wij reeds direct de weerslag, want in dit jaar ontvingen wij slechts enkele gasten. En ook werd direct het tent-kamperen verboden, dus, wat nu te doen?
Voor Moeke van Nunen was de kampeertijd haar grootste genoegen geworden en zij kon er dan ook niet meer buiten. Dit was ook niet nodig, want de boerderij was er nog en in de zomermaanden waren de beesten buiten, dus de deel en de hooizolder waren toch leeg.
Dit was weer eens iets anders! De mensen sliepen op stro. Er was een aparte zolder voor jongens en meisjes. Beneden in de schuur kregen we wat banken en tafels en de gasten waren dik tevreden. Reeds in 1941 werd het reeds drukker.
Kijk maar eens naar de foto’s van de groep van de Zeemeeuwen en van een groep van de J.V.O. die een heel tonnetje haring gaat verorberen. Dat kunnen die vier alléén ook niet!
Ach, wie van degenen, die in die jaren hier geweest is, is die tijd vergeten; niemand , veronderstel ik. Wat was het toen, ondanks alle ellende, toch gezellig; men zocht elkander op, maakte muziek, zette bonte avonden in elkaar, waar men nu slechts aan kan tippen, enz. enz. Wie kent niet meer onze vriend Brandes en de zingende zusjes uit Rotterdam-Z., met hun zang bij de gitaar.
En... weet U nog: De Roggepaptremmers met Ties en lange Daan, o, wat konden die twee een pap eten en pannekoeken bakken! Er was toen niet anders; men ging de boer op, kocht wat roggemeel en dan maar bakken, jongens, en koken op het oude potkacheltje! Kijk maar eens naar de actie-foto van Brandes en zijn kornuiten bij een bonte avond, of naar het kippetrapje naar de slaapzolder. En wie weet niet meer het onderduikershokje met de extra achter-uitgang. Het waren er soms 7, 8 tegelijk. En zie nog even de grote drie uit die tijd. Waar zij toen zaten, staan nu metershoge bomen.
De tijd draaide echter door, en ook deze oorlogsjaren kwamen we door.
In 1945 kwamen reeds de eerste tentbewoners, al waren er dat ook maar weinig. Het merendeel bivakkeerde nog binnenshuis en in de provisorisch ingerichte twee huisjes, maar ja, veel materiaal was er echter toen nog niet en men was al gauw tevreden. In dit jaar werden reeds plannen gemaakt voor een betere accommodatie van ons terrein en in het voorjaar van 1946 begonnen mijn broer Henk en ik aan het aanbrengen van de aanplant; ongeveer 6500 st. jonge boompjes werden gepoot. En nu, in 1959, kunt U zien, wat daarvan geworden is: een mooi terrein, omgeven door hoge bomen en heerlijk beschut voor de harde winden. Bekijkt U maar eens het verschil in de twee bovenstaande foto's.
De wasgelegenheid, die wij in 1946 konden openen, (let wel, voor die tijd was dat wel een zeer bijzondere accommodatie voor een kampeerterrein!) ziet U hiernaast.
Wilt U deze wasplaats nu nog terugvinden, dan zult U wel bijzonder moeten opletten, want U ziet deze bijna niet meer, doordat hij verborgen is achter de dichte aanplant.
Met mijn broer Henk samen is hard gewerkt en reeds in 1947 ontvingen wij bijna meer tentbewoners dan kampschuurgasten. In 1947 werd ook het vee opgeruimd en gingen wij ons toeleggen op het kampeerbedrijf. Oude schuren en hokken werden afgebroken en zo kreeg een en ander toen een behoorlijk aanzien. Hoe rijk voelden wij ons niet in 1948 met onze grote cantine-tent (zie foto). Eraan vast stond een hokje om te koken en men had veel plezier en beleefde er bij de petroleumlamp menig gezellig avondje.
Steeds meer gasten trok ons terrein: ziet U maar eens naar bijgaande kiekjes.
Zo zag men de jongelui komen in '49 en '50, velen op de fiets en ook al wel met een groep gezellige vrienden onder elkaar met de auto, en zie eens, hoe rustig de ouderen het ervan nemen bij hun tentje, waarin men toen al soms vijf a zes weken vertoefde.
| Er was eens... | De jaren '50... |











