

gerelateerde pagina's:
Hoe het begon | De oorlogsjaren | De jaren '50 | Zo bereikten we 1958 | 't Zilveren Haasje |
Reeds in 1950 kregen wij bezoek van 1200 gasten, wat voor die tijd al een behoorlijk aantal was. Voor mij persoonlijk werd dit jaar zeer belangrijk; toen gebeurde het namelijk, dat ik de hele zaak overnam van vader en moeder en mij geheel ging toeleggen op de ontwikkeling van ons vacantie-oord.
Dit is niet van een leien dakje gegaan; we moesten hard werken en ploeteren, zonder veel geldmiddelen, maar we hebben het zien groeien, steen voor steen, stukje voor stukje. Zo hadden we in 1952 de beschikking over een paar aardige tenthuisjes, die goed voldeden en veel aftrek vonden.
In 1953 werden er al plannen gemaakt voor de bouw van een cantine, maar om financiele redenen kon de pret niet doorgaan. De bouw werd een jaar uitgesteld.
Maar eindelijk, in 1954 ging onze lang gekoesterde wens in vervulling. Maar hier moest toch wel even aan gewerkt worden ! Met man en macht werd er gewerkt, vanaf de week na Pasen, soms van 's morgens zes tot 's avonds elf uur werkten vader, mijn broer Henk en de bij velen bekende Ome Joop en het lukte ons, het gebouw met Pinksteren te openen. Dat dit met veel belangstelling gepaard ging, laat zich verstaan. Gedurende dit weekend noteerden wij niet minder dan 550 gasten op ons terrein. Wij kunnen niet nalaten, even een paar opnamen te laten zien van dit zo belangrijke gebeuren. U ziet foto's van de eerste steenlegging door mijn echtgenote, de vorderingen die gemaakt werden en tenslotte de voltooide cantine.
Hiernaast vindt U nog een opname van het tentenkamp, in het Pinkster-weekend.
Al spoedig begonnen zich toen echter de gebreken van ons vacantie-oord te openbaren. Dat waren vooral het gemis van waterleiding en electriciteit. Wij hadden al eens pogingen gedaan om deze te krijgen, maar moesten hiermee toch wachten tot 1958. Hierover later.
Voorlopig deden wij het nog met de zuigperspompen en ondanks alles voldeed dat toch goed. In 1955 hadden wij reeds de beschikking over drie wasgelegenheden met in totaal 32 kranen en een paar douches.
Onze eigen huisjes werden allengs beter, maar ook deden huisjes van derden hun intrede, al was het maar met enkele tegelijk. Het aantal bewoners van ons terrein nam zodanig in aantal toe, dat mijn vrouw en ik het werk niet meer af konden, zodat wij er hulp bij moesten nemen. Dat gelukte vrij goed, want we waren prima geholpen met onze overbekend geworden Ome Joop. Deze hield het kantoortje bij en zorgde ervoor, dat de binnenkomende gasten geholpen werden enz. zodat wij ons meer konden toeleggen op de cantine en de kampwinkel, die er intussen ook bijgekomen was.
In het jaar 1955 werd ons vacantie-oord verrijkt met een naam ; tot dusver was het altijd geweest : “we gaan naar van Nunen”, maar, na lang wikken en wegen, werd de naam “ 't Haasje” gekozen.
In 1956 werd aan de cantine een nieuwe winkel aangebouwd, welke echter inmiddels weer verdwenen is.
Tevens werd aan de straatzijde van de cantine een aardig terrasje gemaakt.
Hoe het begon | De oorlogsjaren | De jaren '50 | Zo bereikten we 1958 | 't Zilveren Haasje |
Reeds in 1950 kregen wij bezoek van 1200 gasten, wat voor die tijd al een behoorlijk aantal was. Voor mij persoonlijk werd dit jaar zeer belangrijk; toen gebeurde het namelijk, dat ik de hele zaak overnam van vader en moeder en mij geheel ging toeleggen op de ontwikkeling van ons vacantie-oord.
Dit is niet van een leien dakje gegaan; we moesten hard werken en ploeteren, zonder veel geldmiddelen, maar we hebben het zien groeien, steen voor steen, stukje voor stukje. Zo hadden we in 1952 de beschikking over een paar aardige tenthuisjes, die goed voldeden en veel aftrek vonden.
In 1953 werden er al plannen gemaakt voor de bouw van een cantine, maar om financiele redenen kon de pret niet doorgaan. De bouw werd een jaar uitgesteld.
Maar eindelijk, in 1954 ging onze lang gekoesterde wens in vervulling. Maar hier moest toch wel even aan gewerkt worden ! Met man en macht werd er gewerkt, vanaf de week na Pasen, soms van 's morgens zes tot 's avonds elf uur werkten vader, mijn broer Henk en de bij velen bekende Ome Joop en het lukte ons, het gebouw met Pinksteren te openen. Dat dit met veel belangstelling gepaard ging, laat zich verstaan. Gedurende dit weekend noteerden wij niet minder dan 550 gasten op ons terrein. Wij kunnen niet nalaten, even een paar opnamen te laten zien van dit zo belangrijke gebeuren. U ziet foto's van de eerste steenlegging door mijn echtgenote, de vorderingen die gemaakt werden en tenslotte de voltooide cantine.
Hiernaast vindt U nog een opname van het tentenkamp, in het Pinkster-weekend.
Al spoedig begonnen zich toen echter de gebreken van ons vacantie-oord te openbaren. Dat waren vooral het gemis van waterleiding en electriciteit. Wij hadden al eens pogingen gedaan om deze te krijgen, maar moesten hiermee toch wachten tot 1958. Hierover later.
Voorlopig deden wij het nog met de zuigperspompen en ondanks alles voldeed dat toch goed. In 1955 hadden wij reeds de beschikking over drie wasgelegenheden met in totaal 32 kranen en een paar douches.
Onze eigen huisjes werden allengs beter, maar ook deden huisjes van derden hun intrede, al was het maar met enkele tegelijk. Het aantal bewoners van ons terrein nam zodanig in aantal toe, dat mijn vrouw en ik het werk niet meer af konden, zodat wij er hulp bij moesten nemen. Dat gelukte vrij goed, want we waren prima geholpen met onze overbekend geworden Ome Joop. Deze hield het kantoortje bij en zorgde ervoor, dat de binnenkomende gasten geholpen werden enz. zodat wij ons meer konden toeleggen op de cantine en de kampwinkel, die er intussen ook bijgekomen was.
In het jaar 1955 werd ons vacantie-oord verrijkt met een naam ; tot dusver was het altijd geweest : “we gaan naar van Nunen”, maar, na lang wikken en wegen, werd de naam “ 't Haasje” gekozen.
In 1956 werd aan de cantine een nieuwe winkel aangebouwd, welke echter inmiddels weer verdwenen is.
Tevens werd aan de straatzijde van de cantine een aardig terrasje gemaakt.
| De oorlogsjaren... | Zo bereikten we 1958... |











