

gerelateerde pagina's:
Hoe het begon | De oorlogsjaren | De jaren '50 | Zo bereikten we 1958 | 't Zilveren Haasje |
“Er was eens...”
Zo beginnen alle sprookjes zult U zeggen, maar toch is dit nu eens geen sprookje.
Inderdaad moeten wij 75 jaren teruggaan om te komen in het beginstadium van ons vacantie-oord, dat toen “kampeerboerderij” werd genoemd.
Ach, wat wisten wij toen van kamperen. Vooral hier in het Zuiden had men hiervan nog bijna nooit gehoord. Men was hier al gauw geneigd om te zeggen: “wat doen die lui toch met hun tentje; thuis hebben ze een lekker bedje en hier gaan ze op de harde grond slapen!”
En tòch gebeurde het in mei 1934, dat een paar heren zich bij vader van Nunen vervoegden met het verzoek, of er een mogelijkheid bestond, een stukje weiland te huren om er met hun jongensgroepen op te mogen kamperen. “Daar bemoei ik me niet mee” zei deze, “dan moet je bij moeder van Nunen zijn”.
Dus dan maar aan moeder gaan vragen. Maar Moeke van Nunen, want deze naam kreeg zij al meteen, durfde er echt niet aan te beginnen, zoiets had ze nooit aan de hand gehad, nee, ze zag er maar vanaf. Onverrichterzake keerden de heren dus weer huiswaarts...
Echter... na veertien dagen, kwamen ze het toch nog maar eens proberen. En ja hoor, na enig heen en weer gepraat werd besloten, het er maar op te wagen. En zo gebeurde het, dat in de vacantie een flinke groep van Clubhuizen De Arend het tentje kwam opslaan op een stukje wieland, waar nu De Nieuwe Plantage ligt. Toevallig stond hier een pomp, waardoor de koeien van drinkwater werden voorzien. Dat kwam dus goed uit. Naast dit weiland lag nog een ander weiland, waar men prima kon voetballen. Maar dit betekende voor een van de jongelui al gauw het einde van zijn vacantie, want reeds de tweede dag had hij de pech, met een partijtje voetbal zijn been te breken.
Alles tezamen werd het echter voor leiding en jongens een prettig kamp en bij het vertrek werden reeds plannen gemaakt om het volgend jaar terug te komen. En zij kwamen terug, maar nu voor enkele weken en met meerdere groepen. En Moeke van Nunen werd al spoedig alom geroemd om haar Brabantse hartelijkheid en gastvrijheid!
En het derde jaar reeds kwamen er andere groepen, waaronder de “Kruisvaarders” uit Rotterdam en de koeien moesten toen al het veld ruimen voor de kampeerders; de pomp werd alleen voor de gasten bestemd en voor de dieren moest een extra pomp worden geslagen.
Velen van ons, en misschien ook van U, kunnen het zich nog zo goed herinneren, de tijd van de R.K. “Kruisvaarders”. Dit waren flinke groepen met leiding. En dan de tijd na de Jamboree in 1937, de groepen van het doofstommen-instituut uit Rotterdam, onder leiding van wijlen de heer v.d. Schee.
Ook aan deze groepen behouden wij wel de mooiste en dankbaarste herinneringen. Nooit in al die 25 jaren zijn er gasten geweest, van wie men zoveel dank mocht ondervinden als van deze doofstomme kinderen.
Het is leuk om U van de eerste vijf jaren van ons bestaan een paar kiekjes te kunnen laten zien.
Hoe het begon | De oorlogsjaren | De jaren '50 | Zo bereikten we 1958 | 't Zilveren Haasje |
“Er was eens...”
Zo beginnen alle sprookjes zult U zeggen, maar toch is dit nu eens geen sprookje.
Inderdaad moeten wij 75 jaren teruggaan om te komen in het beginstadium van ons vacantie-oord, dat toen “kampeerboerderij” werd genoemd.
Ach, wat wisten wij toen van kamperen. Vooral hier in het Zuiden had men hiervan nog bijna nooit gehoord. Men was hier al gauw geneigd om te zeggen: “wat doen die lui toch met hun tentje; thuis hebben ze een lekker bedje en hier gaan ze op de harde grond slapen!”
En tòch gebeurde het in mei 1934, dat een paar heren zich bij vader van Nunen vervoegden met het verzoek, of er een mogelijkheid bestond, een stukje weiland te huren om er met hun jongensgroepen op te mogen kamperen. “Daar bemoei ik me niet mee” zei deze, “dan moet je bij moeder van Nunen zijn”.
Dus dan maar aan moeder gaan vragen. Maar Moeke van Nunen, want deze naam kreeg zij al meteen, durfde er echt niet aan te beginnen, zoiets had ze nooit aan de hand gehad, nee, ze zag er maar vanaf. Onverrichterzake keerden de heren dus weer huiswaarts...
Echter... na veertien dagen, kwamen ze het toch nog maar eens proberen. En ja hoor, na enig heen en weer gepraat werd besloten, het er maar op te wagen. En zo gebeurde het, dat in de vacantie een flinke groep van Clubhuizen De Arend het tentje kwam opslaan op een stukje wieland, waar nu De Nieuwe Plantage ligt. Toevallig stond hier een pomp, waardoor de koeien van drinkwater werden voorzien. Dat kwam dus goed uit. Naast dit weiland lag nog een ander weiland, waar men prima kon voetballen. Maar dit betekende voor een van de jongelui al gauw het einde van zijn vacantie, want reeds de tweede dag had hij de pech, met een partijtje voetbal zijn been te breken.
Alles tezamen werd het echter voor leiding en jongens een prettig kamp en bij het vertrek werden reeds plannen gemaakt om het volgend jaar terug te komen. En zij kwamen terug, maar nu voor enkele weken en met meerdere groepen. En Moeke van Nunen werd al spoedig alom geroemd om haar Brabantse hartelijkheid en gastvrijheid!
En het derde jaar reeds kwamen er andere groepen, waaronder de “Kruisvaarders” uit Rotterdam en de koeien moesten toen al het veld ruimen voor de kampeerders; de pomp werd alleen voor de gasten bestemd en voor de dieren moest een extra pomp worden geslagen.
Velen van ons, en misschien ook van U, kunnen het zich nog zo goed herinneren, de tijd van de R.K. “Kruisvaarders”. Dit waren flinke groepen met leiding. En dan de tijd na de Jamboree in 1937, de groepen van het doofstommen-instituut uit Rotterdam, onder leiding van wijlen de heer v.d. Schee.
Ook aan deze groepen behouden wij wel de mooiste en dankbaarste herinneringen. Nooit in al die 25 jaren zijn er gasten geweest, van wie men zoveel dank mocht ondervinden als van deze doofstomme kinderen.
Het is leuk om U van de eerste vijf jaren van ons bestaan een paar kiekjes te kunnen laten zien.
| De oorlogsjaren... |











